Tongrolletjes met garnaaltjes (door een gastkok)

Laat je visboer enige tongetjes fileren. Voorzie 4 à 5 filets per persoon.
Van de graten en de restanten kan je een bouillon trekken. Je kan ook kant en klare visbouillon kopen of een visbouillon blokje oplossen in water.
Rol de tongfilets op en prik ze vast met een houten prikker. Kruid met peper en zout.
Kook de aardappelen en pureer ze. Kruid af met peper, zout en een vleugje muskaatnoot. Voeg er een flinke klont boter aan toe.
Ondertussen breng je de visbouillon, waaraan je een glas witte wijn en wat gedroogde visgroenten hebt aan toegevoegd, aan de kook. Kook de tongrolletjes gaar en houdt ze warm.
Maak een blonde roux (boter laten smelten, daarna bloem toevoegen onder voortdurend roeren met een roede). Voeg enige lepels van het gezeefde kookvocht van de tongrolletjes toe tot je een juist vloeibare saus bekomt. Voeg 100 gram verse garnaaltjes toe aan de saus en laat niet meer koken.
Leg een torentje aardappelpuree, met behulp van een ring, op een voorverwarmt bord. Doe een paar lepels van de saus op het bord. Schik hierin de tongrolletjes. Strooi hierover nog wat garnaaltjes. Werk af met wat gesnipperde peterselie.
Je kan hierbij sla en tomaat serveren.
Een frisse droge witte wijn smaakt hierbij heerlijk.